Geplaatst op

Peilingen

Peilingen verliezen predicaat representatief

De discussie over de representativiteit van opiniepeilingen is niet van vandaag of gisteren. Nog ruim voordat de sociale media de publieke opinie in hun greep kregen, lagen uitkomsten van dit soort onderzoeken al regelmatig onder vuur. Zeker degenen die niet blij zijn met de uitkomsten, trekken maar al te graag in twijfel of de deelnemers aan de steekproef wel representatief zijn voor de groep mensen op wie het onderzoek is gericht.

Tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen vorige week gingen de opiniepeilers opnieuw en masse de mist in. Op basis van de peilingen had Donald Trump zo’n 15 procent kans om te winnen. Desondanks wordt hij op 20 januari de 45ste president van de Verenigde Staten. De peilingen van onder meer The New York Times, Reuters en NBC News zaten ernaast. Net als bij het Brexit-referendum eerder dit jaar zo schrijven Liesbeth Hulst en Kees van den Bos op de opiniepagina in de Volkskrant.

Dat komt doordat organisaties die opiniepeilingen (laten) doen, tot de gevestigde orde behoren, stellen deze onderzoekers. Mensen die niet tot de gevestigde orde behoren, verbergen hun afkeer van de elite voor de interviewers. Zo houden burgers met een lagere opleiding een sluimerende afkeer tegen Nederlandse rechters verborgen tegenover interviewers van de universiteit (die zij als de gevestigde orde zien), maar uiten die wel tegen interviewers van een ROC. In tegenstelling tot een ROC behoort de universiteit niet tot de levenssfeer van lager opgeleiden.

Een ander belangrijk probleem volgens Hulst en Van den Bos is dat lager opgeleiden en minderheidsgroeperingen aan veel onderzoek niet deelnemen. Waarom zou je het achterste van je tong laten zien tegen de interviewer die het zo goed voor elkaar heeft in de maatschappij? Die snapt toch niet wat jou bezighoudt.

Nog even terug naar de Verenigde Staten waar het Amerikaanse electoraat in de aanloop naar de verkiezingen van 8 november zijn nieuws voornamelijk betrok van de sociale media. De Verenigde Staten tellen 156 miljoen Facebook-gebruikers. Twee derde van hen leest de nieuwsfeeds op hun Facebook-pagina.

Wat in bovenstaand staatje opvalt, is dat in de maand voor de verkiezingen de ‘Trump-media’ Fox News en Breitbart samen (62.779.856) meer werden geconsumeerd op Facebook dan CNN, BuzzFeed, The Huffington Post, The New York Times, The Washington Post en The Wall Street Journal samen (62.432.659).
In DWDD vertelde internetjournalist Alexander Klöpping dat Facebook de startpagina van het nieuws probeert te worden. Facebook past de nieuwsfeed op iemands Facebook-pagina aan op basis van de voorkeuren van de betreffende Facebook-gebruiker. Wie aanhanger is van Trump, krijgt relatief veel berichten in zijn nieuwsfeed die positief zijn over Trump. Zij krijgen dan ook geen tegengestelde geluiden te horen in hun feed. Nieuws uit de eigen wereld houdt een gebruiker langer op Facebook en daarin schuilt het commerciële belang van het medium.

Facebook-topman Mark Zuckerberg legt de kritiek naast zich neer. “Twintig jaar geleden werd het nieuws door een paar grote tv-stations en kranten gefilterd”, zegt hij bij de NOS. Ook meent hij dat Facebook-gebruikers berichten krijgen van vrienden met andere politieke opvattingen. “Zelfs als 90 procent van je vrienden Democraten zijn, is 10 procent vermoedelijk Republikein.” Daarom vindt Zuckerberg het nieuws dat Facebook-gebruikers lezen, altijd nog gevarieerder dan dat van de grote nieuwsstations.

Volgend jaar maart staan in Nederland de Tweede Kamerverkiezingen op het programma. De verwachting is dat ons een vergelijkbaar scenario als in de Verenigde Staten wacht. Het zou verstandig zijn als de opiniepeilers hun pijlen ten minste ook zouden richten op wat zich op de sociale media afspeelt. De sentimenten die daar ontstaan, vormen ongetwijfeld een welkome aanvulling op de representativiteit van de steekproeven die zij houden onder de Nederlandse kiezers. Zonder de barometerstand van de sociale media verdienen de traditionele peilingen niet langer het predicaat representatief.

 

Tijdens de presidentsverkiezingen van 1948 in de Verenigde Staten waren de media ervan overtuigd dat Harry Truman zou verliezen.

Categorieën Wat vinden we nog meer?